Voor wie het nog niet wist: we zijn voor twee weken op de Azoren, of eigenlijk moet ik Açores schrijven, want zo heet deze eilandengroep officieel, op z’n Portugees.
En we zijn nu op het grootste eiland van de archipel, op São Miguel, dat ook wel ‘het groene eiland’ wordt genoemd. Vandaag zagen we tijdens onze eerste autorit over het eiland dat die naamgeving goed is: het is hier werkelijk super groen, en er grazen zelfs Hollandse koeien in dat weelderige gras!
Hoe komt dit eiland zo groen, regent het hier zo vaak en zo hard? Dat kan ik nog niet met zekerheid zeggen, want dit is pas onze vierde dag hier, maar wij hadden daar in ieder geval nog geen last van.
De eilanders zeggen daar zelf over: ‘ZE MAKEN HIER HET WEER’, en dat lijkt wel te kloppen, denken wij:
Niet voor niets hoor je in een weerbericht in Nederland vaak dat er ‘een hogedrukgebied aan komt van de Azoren’. Nou, wij zagen al wel dat het weer hier haast elk uur anders is: de donkere, grijze regenwolken maken steeds weer heel snel plaats voor een heldere zon bij een blauwe hemel met witte wolken. En we hadden hier de afgelopen nachten steeds een zwaar onweer met slagregens, maar overdag was het tot nu toe toch weer droog en zonnig!
Voor ons mag het dus zo blijven, maar de komende dagen wordt stabieler weer verwacht, met nog meer zon en dat is natuurlijk een goed vooruitzicht!
Senhor Santo Cristo dos Milagres wordt rond gedragen
Wij hebben trouwens geweldig geboft. Allereerst met het hotel waar we nu slapen: dat ligt in het hartje van de belangrijkste stad van het eiland, in Ponta Delgada en dat hotel is klein maar erg goed en rustig.
Maar we hebben vooral ook geboft met het tijdstip! Juist afgelopen weekend werd hier een groot, plechtig feest gevierd, ‘het Feest van de Heilige Christus der Wonderen” – een processie waarin een Christusbeeld vijf uur lang (!) door de straten van de stad werd gedragen – en wij zagen dat. De ontroering, het vuurwerk, het applaus bij het langs komen van het beeld en de bloemblaadjes die hier vanaf de balkons overheen werden gestrooid: dat alles was uniek. En ook het lootjes kopen, het touw trekken, en de kermis hoorden daarbij. Van alle eilanden en uit heel Portugal waren hier mensen voor naar toe gekomen. Eén keer per jaar ga je terug naar de familie op het hoofdeiland, zelfs als je geëmigreerd bent naar Canada of Amerika, om dit feest mee te vieren, hoorden we.
En al begrepen wij niets van die devotie, van al die knielende vrouwen in het zwart, van de honderden mannen die keurig gekleed voor het beeld uitliepen, het was toch bijzonder dat we dit ‘heilige’ feest mee konden maken, Daar stonden ook wij een uur lang voor stil in die zo mooi versierde stad: Kijk de foto’s maar, het prachtig gekleurde wegdek – de straten, de honderden kaarsen dragende mensen en de boetedoeners die op hun knieën naar de kerk kropen – echt UNIEK.
Ook vandaag, maandag, waren de mensen nog vrij – we zagen tijdens onze rit langs de kust dan ook heel veel mannen (vissers) in de dorpen en bij de haven rondhangen, volgens ons niet goed wetend wat te doen, want we zagen ze alleen maar wat staan kletsen en drinken. Die zijn duidelijk geen vrije dag gewend, leek het ons … Dat konden Katwijkers zijn! (grapje, hoor)